Fragiele tastbaarheid: interview met Mia Rae June
- grandscarmes

- 5 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Nieuw: een interviewserie met de huidige tentoongestelde artiest bij Grands Carmes. De eerste in de spotlights Mia Rae June, een Brusselse hedendaagse kunstenares en fotografe.
June studeert momenteel aan de École de Photographie et de Techniques Visuelles Agnès Varda in Brussel. In haar werk onderzoekt zij de relatie van de kijker tot intimiteit en aanraking via visuele en materiële fragmentatie.
June’s tentoonstelling Divague was te zien bij Grands Carmes in December.

Sommige van je werken verwerken materialen die verder gaan dan de traditionele fotografie. Zie je jezelf in de eerste plaats als fotograaf?
Ik heb de term multidisciplinair kunstenaar altijd fijn gevonden. Ongeveer 18 maanden geleden ben ik met fotografie begonnen. Het is een medium waar ik nu enorm van geniet. Muziek, performance en film hebben mijn praktijk ook sterk gevormd. Dus ja, ik zie mezelf als fotograaf, maar ik wil mezelf niet beperken. Ik wil vrij blijven om te experimenteren.
Welke camera gebruik je?
Ik gebruik een 35mm Nikon F-501 uit 1986, die ik voor 30 euro op een rommelmarkt in Madrid vond. Sindsdien heb ik niet meer omgekeken.
Wat is jouw relatie met die camera?
Het werd mijn baby, mijn partner, eigenlijk een verlengstuk van mezelf. Omdat het geen duur of fragiel toestel is, ga ik er niet overdreven voorzichtig mee om, en die vrijheid heeft de manier waarop ik fotografeer veranderd. Ik kan die gewoon in mijn tas gooien, overal mee naartoe nemen, ergens tegenaan botsen, en toch blijft die werken. Die robuustheid zorgt ervoor dat ik in het moment kan blijven in plaats van me zorgen te maken over mijn materiaal, en zo wordt de camera onderdeel van de flow in plaats van iets waar ik beschermend over moet zijn.
Ik ga zeker door fases waarin ik het huis niet verlaat zonder mijn camera, uit angst om een plots opduikend moment te missen. Je toestel altijd bij je dragen is ook een geweldige manier om die beter te leren kennen en compositie te oefenen; ik raad het iedereen aan die net begint. Maar de laatste tijd probeer ik daar juist wat van weg te bewegen en alleen te fotograferen met een duidelijkere intentie.

In de presentatie valt op hoe beelden en dragers elkaar beïnvloeden. Kun je vertellen hoe het werken met spiegels is ontstaan?
Spiegels kwamen in mijn werk terecht omdat ik nadacht over fragiliteit, fragmentatie en het tastbare, reflecterende karakter van mijn beelden. Een spiegel reflecteert én vervormt, afhankelijk van waar je staat. Wanneer ik op een spiegel print, moet de foto concurreren met de reflectie van de kijker, de ruimte, het licht. Ik hou van die spanning tussen aanwezigheid en verdwijnen, tussen zichtbaar zijn en opgeslokt worden door je omgeving. Het brengt ook het lichaam van de kijker rechtstreeks in het werk, waardoor de intimiteit gedeeld wordt in plaats van eenzijdig.
Kun je iets vertellen over jouw beeldtaal?
De beelden in Divague bewegen tussen heel lichamelijke close-ups en meer vloeiende, atmosferische scènes. Er zijn fragmenten van huid, latex, texturen, dingen die intiem aanvoelen en bijna tastbaar zijn. Dan zijn er beelden van de zee, die bijna fungeren als een tegen-lichaam: uitgestrekt, instabiel en voortdurend in beweging. Ik ben geïnteresseerd in hoe deze elementen elkaar weerspiegelen: de zachtheid of spanning van huid, de glans van latex, de beweging van water. Ik wil geen volledig lichaam of een complete identiteit tonen. Ik richt me liever op de delen die herinnering, kwetsbaarheid of een soort stille spanning dragen. De beelden onttrekken zich aan een letterlijke betekenis. Ze zweven tussen abstractie en gevoel, alsof je je door een reeks lichamelijke indrukken beweegt in plaats van door een verhaal.


Er lijkt veel aandacht te zijn voor sequencing in jouw werk, dat verschillende vormen aanneemt. Ik denk niet alleen aan het horizontale werk met meerdere handen, maar aan de hele presentatie, die lijkt te wijzen op serialiteit.
Ik denk in reeksen. Het is voor mij moeilijk om één enkel, heroïsch beeld te maken. Wat mij aantrekt is hoe betekenis zich opbouwt door herhaling en verschuiving, door echo’s, onderbrekingen en kleine veranderingen. Serialiteit stelt me in staat een gevoel of een moment te tonen, niet als iets vaststaands, maar als iets vloeibaar, instabiel en ontstaan in verhouding tot andere beelden. Ik zie mijn werk niet als een verzameling mooie foto’s, maar als beelden die met elkaar in interactie staan, die reageren op dezelfde onderwerpen en ideeën.

Je werk voelt zowel figuratief als abstract: er staan duidelijk menselijke lichamen voor de camera, maar geen daarvan is identificeerbaar, behalve misschien via tatoeages.Kun je iets vertellen over hoe lichamelijke nabijheid zich verhoudt tot abstractie in je werk?
Wanneer je heel dicht bij een lichaam komt, wordt het vreemd. Een tatoeage wordt een landschap, een litteken wordt een lijn, huid wordt textuur. Die nabijheid lost de zekerheid op van wat je precies bekijkt. Voor mij onthult dat iets dat dieper reikt dan identiteit: iets emotioneel en tastbaar, dat gaat over de relatie tussen mij en het model, eerder dan over de persoon zelf. Je zou kunnen zeggen dat het queer is in zijn weigering om volledig kenbaar en gedefinieerd te zijn.

En performance?
Performance in Divague gaat niet over enscenering, maar zit meer vervat in hoe lichamen bestaan en bewegen. Het queer leven op zich heeft een performatieve dimensie: hoe we ons vormen, hoe we overleven, hoe we onze lichamen bewonen. In het werk ben ik geïnteresseerd in momenten van intimiteit of spanning waarin die performativiteit subtiel maar aanwezig is. Voor mij gaat het meer over aanwezigheid, een soort privéperformance die geen publiek nodig heeft maar wel vol betekenis zit.
De titel van je tentoonstelling is Divague. Kun je daar iets over vertellen?
Divague is een Frans woord dat drijven, afdwalen, zonder rechte lijn rondzwerven betekent. Het vat de emotionele en visuele logica van het werk samen. Mijn beelden proberen geen lineair verhaal te vertellen. Ze dwalen door lichamen, materialen, reflecties en herinneringen. De titel verwijst ook naar dissociatie, naar jezelf verliezen en weer terugvinden, naar de instabiliteit van identiteit en de schoonheid van die instabiliteit. Het is een woord dat zowel intiem als een beetje spookachtig aanvoelt, en zo leeft het werk voor mij.
Interview: Expo Working Group - Beelden tentoonstelling: Katrien Schuermans









































Opmerkingen